Aftrekposten inkomstenbelasting
Uitgaven voor een monumentenpand.
|
1. |
Als uitgaven met betrekking tot een monumentenpand worden in
aanmerking genomen:
|
a. |
indien het een eigen woning betreft: het bedrag van de kosten,
lasten en afschrijvingen – andere dan renten van schulden, kosten van
geldleningen en periodieke betalingen ingevolge de rechten van erfpacht, opstal
of beklemming – verminderd met 0,80% van de eigenwoning waarde, met dien
verstande dat die vermindering niet minder dan € 100 en niet meer dan € 12 750
bedraagt; |
|
b. |
indien het een onroerende zaak betreft die door box 3 van de
inkomstenbelasting (vermogen) in de belastingheffing wordt betrokken: het bedrag
van de onderhoudskosten, verminderd met 4% van de waarde in het economische
verkeer van de onroerende zaak op de begindatum. |
|
|
2. |
Onder monumentenpand wordt verstaan een pand dat is ingeschreven
in een van de registers van de Monumentenwet 1988. |
|
3. |
Kosten, lasten en afschrijvingen voor monumentenpanden zijn de op
de voordelen daaruit drukkende kosten voorzover zij zijn gemaakt tot behoud van
die voordelen en in hun totale omvang niet overtreffen wat gebruikelijk is. |
|
4. |
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot de wijze waarop de kosten, lasten en afschrijvingen worden
vastgesteld. |
|
5. |
Indien een ander dan de belastingplichtige een genotsrecht heeft
op een onroerende zaak, kunnen door de belastingplichtige ter zake van deze
onroerende zaak onderhoudskosten in aanmerking worden genomen tot ten hoogste
een bedrag dat gelijk is aan het gemiddelde van 4% van de waarde in het
economische verkeer van de bezitting op de begindatum en op de einddatum.
|
|