|
a. |
periodieke uitkeringen en verstrekkingen op grond van een
rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting, tenzij deze
worden gedaan aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad
van de zijlijn;
|
|
b. |
afkoopsommen van dergelijke uitkeringen of verstrekkingen die
worden gedaan aan de gewezen echtgenoot;
|
|
c. |
op grond van artikel 13 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand
verhaalde kosten van bijstand tot voorziening in het levensonderhoud van de
duurzaam van de belastingplichtige gescheiden levende echtgenoot of gewezen
echtgenoot;
|
|
d. |
bedragen die in het kader van echtscheiding of scheiding van tafel
en bed worden voldaan ter zake van de verplichting tot verrekening van
pensioenrechten en van lijfrenten en andere inkomensvoorzieningen waarvan de betaalde
premies als uitgave voor inkomensvoorziening in aanmerking zijn genomen;
|
|
e. |
in rechte vorderbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen die
berusten op een wettelijke verplichting tot vergoeding van schade door het
derven van levensonderhoud;
|
|
f. |
in rechte vorderbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen die
berusten op een dringende morele verplichting tot voorziening in het
levensonderhoud.
|